Hoe consistent oordeelt de verzekeringsarts?
Van verzekeringsartsen wordt verwacht dat zij zieke werknemers objectief beoordelen. Oftewel, van een verzekeringsarts verwacht je dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek wat hij uitvoert, toetsbaar, reproduceerbaar en consistent is (zie ook artikel 4, lid 1 Schattingsbesluit). In artikel 4 lid 2 is te lezen dat de arbeidsongeschiktheid moet worden onderzocht op een wijze die in de reguliere gezondheidszorg aanvaardbaar is. Alle positieve consulten bij energetische healers, acupuncturisten, en sjamanen – en hun goede resultaten – ten spijt, moeten de behandelingen en diagnoses dus volgens de bekende wijze in de reguliere gezondheidszorg worden vastgesteld.
Misschien zit hier wel een stukje westerse decadentie in. Laten we bijvoorbeeld eens kijken naar de Indiase geneeswijze Ayur Veda, die in het westen veelal wordt aangehangen door de meer spirituele mens. De Ayur Veda wordt in India wetenschappelijk onderwezen en Ayur Veda-artsen hebben een academische opleiding doorlopen van meerdere jaren. Of kijk naar China, de bakermat van de acupunctuur, waar deze kennis ook op academisch niveau wordt onderwezen. Acupunctuur is dáár alom geaccepteerd als reguliere gezondheidszorg. Inmiddels is het hier een erkende hbo-opleiding geworden, waarvan de zorgverzekeraars de behandelingen deels vergoeden.
Consistentie verzekeringsartsen
Een paar jaar geleden werd – in een onderzoek – aan een aantal verzekeringsartsen gevraagd om een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) in te vullen van dezelfde casus. Drie maanden later werd aan hen weer – dezelfde – casus voorgelegd en vulden ze weer een FML in. De respons was 100%. Kort door de bocht gesteld luidde de conclusie dat de gemiddelde consistentie bij het invullen van de FML goed was. De FML’s werden ingevuld met het oog op de aandoeningen: sarcoïdose, PDD-NOS en CVA’s. Alleen bij specifieke FML-items die in potentie direct de kans op een uitkering vergroten, werd minder consistent gescoord! FML-items die bij deze aandoeningen laag scoorden op consistentie waren: schroefbewegingen hand/arm, frequent buigen, tillen/dragen en de urenbeperking.
Tot slot
De uitkomsten lieten ook zien dat oudere/mannelijke of meer ervaren artsen – significant(!) – minder consistent scoorden dan de jongere, vrouwelijke of minder ervaren artsen. Iets om in het achterhoofd te houden voor wie voor zijn of haar keuring naar het UWV moet gaan.