Allereerst valt op dat de kantonrechter negeert dat de samenwerkingsovereenkomst is aangegaan met de bv van de plastisch chirurg. Kennelijk doordat de overeenkomsten volgens de rechter duidelijk zijn aangegaan met het idee dat de chirurg de werkzaamheden namens de bv diende te verrichten. Dit is uitdrukkelijk zo bepaald en in de praktijk ook niet anders geweest. Bij het opstellen van overeenkomsten tussen bv’s blijft dit een aandachtspunt.

Wat gaf hier nu de doorslag? De door de bv ontvangen vergoeding was een viervoud van het hoogste loon voor medisch specialisten uit de cao-ziekenhuizen. De bv ontving geen vast bedrag, maar een percentage van het daadwerkelijk door de patiënt aan de kliniek betaalde bedrag. Zo werd in de coronaperiode ook nauwelijks omzet gemaakt door de bv. Volgens de rechter betekent dit dat de chirurg ondernemersrisico droeg. Ook had de bv een eigen debiteurenrisico met betrekking tot betaling van de patiënt. Daarnaast betaalde de bv mee aan kosten van eventuele procedures bij geschillencommissies, kosten voor vso’s die werden gesloten met patiënten, en de verzekeringspremie van de beroepsaansprakelijkheidsverzekering. Volgens de rechter zijn dat aanwijzingen dat sprake is van een overeenkomst van opdracht.

De rechter kende vooral veel waarde toe aan de gelijkwaardige relatie, waarbij de chirurg vrijwel zelfstandig een volledig variabele omzet maakte. Die was ook nog eens aanzienlijk hoger dan wat hij als loon had kunnen ontvangen. Verder bepaalde hij zelf hoeveel uren en omzet hij maakte en had hij een ruime bewegingsvrijheid om zijn werkzaamheden geheel zelfstandig te verrichten. Daarmee is dit opnieuw een uitspraak waaruit blijkt dat het werken als zelfstandige wel degelijk mogelijk is – ook binnen de zorg.

Hans Tabak behandelt dit onderwerp uitgebreid in de cursus Werken met zzp’ers, kan dat nog? tijdens de Fiscount Kennismarathon op 11 november in Amersfoort.