Een werknemer in het busvervoer wordt tijdelijk elders gedetacheerd, waardoor zijn reistijd toeneemt. Op grond hiervan vordert hij vergoeding van de extra tijd, omdat dit moet worden aangemerkt als arbeidstijd. Op grond van (eerdere) Europese rechtspraak oordeelt het hof dat dit inderdaad mag worden gezien als arbeidstijd. Hierdoor ontstaat echter nog geen loonaanspraak. Immers, dit is niet in onze nationale wetgeving geregeld. Dat er sprake is van arbeidstijd, moet wel worden getoetst aan de Arbeidstijdenwet. Aangezien de cao hierover niets regelt, komt de werknemer geen vergoeding toe. Ook de eerder door hem genoten (tijdelijke) vergoeding maakt dit niet anders.