zelfs belastingdruk van meer dan 100% maakt box-3-heffing niet buitensporig
Gepubliceerd op: 12 september 2019
een echtpaar bezit op 1 januari 2015 een box-3-vermogen van € 461.129. de box-3-heffing hierover bedraagt € 5.533, berekend over 4% forfaitair rendement. het werkelijke rendement over de spaartegoeden bedraagt slechts € 3.174. het jaarinkomen van het echtpaar bedraagt ruim € 120.000. ook in 2016 is de belastingdruk meer dan 100% door de box-3-heffing. het echtpaar meent dan ook dat de box-3-heffing zowel op stelselniveau als op individueel niveau tot een buitensporige last leidt. rechtbank noord-holland oordeelt echter dat daarvan geen sprake is. het echtpaar beschikt over voldoende inkomen en vermogen om de box-3-heffing te kunnen betalen.
de rechtbank wijst het standpunt van het echtpaar af onder verwijzing naar de uitspraak van de hoge raad van 14 juni jl. daarin oordeelt de hoge raad dat de gevolgen van de box-3-heffing moeten worden beoordeeld in samenhang met de gehele financiële situatie van de belastingplichtige. de rechtbank meent dat dit ook het uitgangspunt moet zijn als de belastingdruk meer dan 100% is en er in feite sprake is van interen op het vermogen. hoewel de doelstelling van de box-3-regeling is om alleen het rendement – en niet het vermogen zelf -te belasten, hoeft dit feit nog niet te betekenen dat er sprake is van een individuele en buitensporige last. gezien de inkomens- en vermogenssituatie van het echtpaar is daarvan geen sprake.