vijftien bezorgers/chauffeurs gaan een vof aan om gezamenlijk een koeriers- en pakketbezorgingsdienst te drijven. een van de vennoten is bevoegd om namens de vof te handelen en naar buiten te treden. de andere vennoten niet; zij werken als chauffeurs voor het postbedrijf. de inspecteur kwalificeert de inkomsten van een van deze vennoten terecht als loon uit dienstbetrekking, oordeelt
rechtbank noord-nederland. er is sprake van een schijnconstructie. er kan pas sprake zijn van een vof als de vennoten op een min of meer gelijkwaardige basis met elkaar samenwerken. dat is hier niet aan de orde; de overheersende positie van de ene vennoot maakt de anderen ondergeschikt aan hem.