eerste kamer akkoord met wetsvoorstel spoedreparatie fiscale eenheid vpb
Gepubliceerd op: 2 mei 2019
de eerste kamer heeft ingestemd met het wetsvoorstel ‘spoedreparatie fiscale eenheid’. de spoedreparatiemaatregelen hebben terugwerkende kracht tot 1 januari 2018. dit wetsvoorstel volgt uit twee uitspraken van het eu-hof van justitie van 22 februari 2018. het eu-hof oordeelde in deze zaken (c-398/16 en c-399/16) dat de nederlandse renteaftrekregeling voor binnenlandse moeder- en dochtervennootschappen die tot een fiscale eenheid behoren voor de vpb, in strijd was met het eu-recht. de renteaftrekregeling vormde een ongerechtvaardigde discriminatie van binnenlandse moedervennootschappen met buitenlandse dochtervennootschappen, waarvoor de renteaftrek niet geldt. nederland moest als gevolg hiervan zijn wetgeving aanpassen.
hierbij moet worden opgemerkt dat de uitkomst van de uitspraken bij het eu-hof niet onverwacht kwam. eind oktober 2017 werd hier al op geanticipeerd met de aankondiging van spoedreparaties die aanvankelijk terugwerkende kracht hadden tot 25 oktober 2017, 11.00 uur (datum conclusie a-g bij het eu-hof). door het vrijkomende budget vanwege het niet doorgaan van de afschaffing van de dividendbelasting kon de terugwerkende kracht van de spoedmaatregelen worden beperkt tot 1 januari 2018. sindsdien wordt de fiscale eenheid geacht niet te bestaan voor de toepassing van bepaalde regelingen, zoals;
de renteaftrekbeperking om winstdrainage te voorkomen,
de deelnemingsvrijstelling,
de renteaftrekbeperking bij bovenmatige deelnemingsrente; en
de verliesverrekening bij wijziging van het belang.