eerst kia over totale investering vof berekenen – daarna verdeling over firmanten
Gepubliceerd op: 2 mei 2019
een ondernemer heeft met zijn broer een vof die in 2016 € 119.385 investeert. dit leidt tot een vast bedrag aan kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (kia) minus € 7,56% van het bedrag waarmee de investering de grens van € 103.748 overschrijdt. de ondernemer meent echter dat de kia als volgt moet worden berekend: eerst de investering voor de helft toerekenen aan hem en zijn broer en vervolgens een percentage over zijn eigen helft. is toch het vaste bedrag van toepassing, dan vindt de ondernemer dat hij en zijn broer ieder recht hebben op het vaste bedrag. hof den haag vindt deze uitleg wel erg voordelig en beslist dat de kia eerst moet worden berekend over de totale investering en vervolgens aan de ondernemer en zijn broer moet worden toegerekend.
de ondernemer verwees voor zijn standpunt naar de uitspraak van hof den bosch van eind november 2017. die uitspraak betrof een vof met buitenvennootschappelijk vermogen, maar dat is hier niet aan de orde. het hof wijst er bovendien op dat de berekeningswijze van de ondernemer niet strookt met de bedoeling van artikel 3.41 wet ib 2001. de wetgever heeft met dit artikel willen voorkomen dat de deelnemers in een samenwerkingsverband samen meer kia kunnen krijgen dan een individuele ondernemer of bv die evenveel investeert.