aan een werknemer was een pensioentoezegging gedaan op basis van een zogenaamde streefregeling (zie lees meer). tijdens de looptijd van de regeling wijzigde de werkgever de rente waarmee het beoogde eindkapitaal werd berekend. in eerste aanleg werd uitgegaan van een prognose van de tariefrente op ingangsdatum, dit werd op enig moment gewijzigd in een vaste rente van 5,5%. de vraag was of de werknemer had ingestemd met deze voor hem nadelige wijziging. de rechter oordeelt dat, hoewel de werknemer de gewijzigde overeenkomst had getekend, de werknemer niet heeft geweten waar hij voor heeft getekend. de wijziging is derhalve niet door hem aanvaard.
in een streefregeling wordt de pensioentoezegging gebaseerd op een eind- of middelloonregeling. alleen wordt er geen uitkering verzekerd maar een kapitaal, dat gegeven o.a. de rente, voldoende zou moeten zijn om op pensioendatum aanspraken op basis van eind- of middelloon te kunnen inkopen. als het kapitaal op einddatum niet toereikend is voor de aankoop van deze aanspraken, krijgt de werknemer in plaats daarvan het beschikbare kapitaal. met het kapitaal moet hij dan de pensioenuitkeringen aankopen, die dan lager uitvallen dan in een eind- of middelloonregeling.