in de plannen van het kabinet omtrent de hervorming van het arbeidsrecht per 1 januari 2020 was ook sprake van een verruiming van de proeftijd naar 5 maanden voor contracten voor onbepaalde tijd (zie ook fiscasus ar1901). al eerder was hier forse kritiek op geuit vanuit de vakbonden en door andere experts. de reden hiervoor is dat werkgevers een langere proeftijd mogelijk zouden kunnen misbruiken om werknemers na 5 maanden alweer op straat te zetten. tijdens de plenaire behandeling van het wetsontwerp op 31 januari jl. heeft minister koolmees, onder druk van de oppositie, dit omstreden deel van de herziening van het arbeidsrecht nu al ingetrokken.