Studie-uren tellen niet mee voor urencriterium zelfstandigenaftrek
Gepubliceerd op: 28 maart 2018
Een man werkt voltijds in dienstbetrekking en exploiteert daarnaast een eenmanszaak. Daarin stelt hij onder meer jaarrekeningen, btw-aangiften en Vpb-aangiften samen voor kleine ondernemingen. Hij claimt in zijn aangifte inkomstenbelasting de zelfstandigenaftrek. De man voldoet aan het urencriterium, doordat hij ook de uren meetelt die hij besteedt aan de CB-studie belastingadviseur. Hij meent namelijk dat hij de studie volgt met het oog op de zakelijke belangen van zijn onderneming. Die stelling is in beginsel juist, oordeelt Hof Den Haag, mits de man dit goed onderbouwt, zodat daadwerkelijk aannemelijk wordt dat de belangen van de onderneming zijn gediend met het volgen van de studie.
Het is van groot belang dat uw cliënt/ de ondernemer in een urenstaat vastlegt waaraan de werktijd voor de onderneming is besteed. Het is verstandig om dit zo spoedig mogelijk te doen, nadat de werkzaamheden zijn verricht. Het achteraf opstellen wordt regelmatig afgeschoten, omdat de informatie niet gedetailleerd genoeg is.
Een ondernemer voldoet aan het urencriterium voor de toepassing van de zelfstandigenaftrek als hij/zij:
minimaal 1.225 uren voor zijn/haar onderneming heeft gewerkt; én
voldoet aan het grotendeelscriterium.
Dit grotendeelscriterium kan met name roet in het eten gooien bij parttime ondernemerschap naast een dienstbetrekking. Wijs uw cliënt hierop in voorkomende gevallen.