Een man gaat failliet. De curator in het faillissement van de man koopt vervolgens - met toestemming van de rechter-commissaris - de pensioenverzekering van de man af. De werkgever van de man nam destijds alle premies voor zijn rekening. De man is het er niet mee eens dat de curator de pensioenverzekering afkoopt. Zijn stelling is dat het afkoopverbod dat in de polis is opgenomen, aan de curator kan worden tegengeworpen. Met als argument dat de premies hadden kunnen worden afgetrokken. De Hoge Raad is het eens met deze uitleg van artikel 7:689, lid 4 BW door de man. Fiscaal gefacilieerde pensioenvoorzieningen kunnen niet door een curator worden afgekocht.