Bestuurders kinderopvang niet aansprakelijk voor huurachterstand
Gepubliceerd op: 14 november 2017
Een BV exploiteert een kinderdagverblijf in een gehuurd pand. Tijdens een groot bouwproject op een naastgelegen terrein verhuist zij naar een tweede gehuurd pand. Twee maanden later staakt de BV haar activiteiten. Zij heeft dan een huurachterstand voor het eerste pand. De verhuurder stelt de bestuurders van de BV hiervoor hoofdelijk aansprakelijk, omdat alle andere schuldeisers wel zijn betaald. Er is geen sprake van onbehoorlijke taakuitoefening van de bestuurders. Evenmin hebben zij zo onzorgvuldig gehandeld (of nagelaten te handelen) dat hen hiervoor persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt, oordeelt Hof Den Haag. Alleen de BV kan aansprakelijk worden gesteld.
De bestuurders kon geen persoonlijk verwijt worden gemaakt, omdat het hof ervan overtuigd was dat zij het besluit om een tweede ruimte te huren op zakelijke gronden had genomen. Door de langdurige overlast van de naburige sloop- en bouwwerkzaamheden waren de bestuurders bang voor leegloop van de kinderopvanglocatie.