De verpachter kan dan binnen een lopende procedure, bijvoorbeeld tot ontbinding van de pachtovereenkomst, bij de rechter een zogenoemd inzageverzoek in te dienen. Het Pachthof heeft in zijn uitspraak van 30 juni 2026 verduidelijkt dat een verzoek tot overlegging van dergelijke stukken gehonoreerd kan worden als sprake is van een voldoende concreet onderbouwd belang. Verpachters stelden dat de pachter de gepachte percelen niet steeds zelf gebruikte en dat delen van de grond bij de RVO door andere agrariërs waren opgegeven. In deze zaak bestonden daarvoor concrete aanwijzingen, namelijk: uitlatingen van de pachter zelf in de media.

Relevante gegevens en afgebakende periode

De verlangde informatie moet voldoende bepaald zijn en voor de verzoekende partij (de verpachters) van belang zijn. In dit geval achtte het hof het verzoek deels voldoende geconcretiseerd. Er werden specifieke gecombineerde opgaven, jaarstukken, grootboekrekening en onderliggende facturen van een aantal jaren opgevraagd. Deze gegevens waren eenvoudig te verstrekken, en de pachter had ook geen gewichtige redenen aangevoerd die zich tegen de verstrekking hiervan verzetten. Hier staat tegenover dat het hof het verzoek afwees voor zover het zag op onvoldoende afgebakende documenten en informatie over een zeer ruime periode (vanaf 2010).