Het hof stelt vast dat de dga de werkruimtes al meer dan twaalf jaar onafgebroken aan de tussenholding verhuurt en daarvoor steeds een vergoeding heeft ontvangen. Dit laat geen andere conclusie toe dan dat de werkruimtes worden gebruikt om er duurzaam opbrengst uit te verkrijgen. De verhuur is dus een economische activiteit.
Btw-ondernemer
Het hof oordeelt vervolgens dat de dga zelfstandig handelt. Dat hij indirect dga is van de tussenholding – en daardoor niet zou deelnemen aan de markt – maakt niet dat hij bij de terbeschikkingstelling van de werkruimtes en garage van zijn woning als zelfstandige handelt. Daarom kwalificeert hij als btw-ondernemer en kan hij onderdeel uitmaken van een fiscale eenheid, aldus het hof. Uit de huurovereenkomst blijkt dat hij de ruimtes ter beschikking stelt aan de tussenholding buiten de arbeidsovereenkomst om. De dga, de holding en de tussenholding maken deel uit van de fiscale eenheid.