Tegelijkertijd denk ik: je weet dit voordat je er gaat werken. Als je voor AFAS kiest, kies je ook voor een deel voor hun visie op representativiteit. Maar het gesprek kreeg daarna een veel interessantere wending. Van der Veldt vindt dat het binnen een veilige en betrokken cultuur ook normaal moet zijn om medewerkers aan te spreken op hun gezondheid en leefstijl. Journalist Amber Kortzorg vertelde daarop dat ze een eetstoornis heeft gehad en het verschrikkelijk zou vinden als iemand iets over haar gewicht zou zeggen. Ook wanneer dit gebeurt met de beste intenties.

Is het oprechte betrokkenheid?

Precies daar wordt het interessant. Wanneer is iemand aanspreken oprechte betrokkenheid? En wanneer nemen we elkaar de maat? Ik snap de gedachte van Van der Veldt. We zijn op het werk soms zo voorzichtig dat we bijvoorbeeld niets zeggen wanneer we zien dat iemand structureel over zijn grenzen gaat. Dat vind ik geen gezonde werkcultuur.

Tegelijkertijd zit er verschil tussen vragen hoe het écht met iemand gaat en vertellen wat jij vindt dat diegene aan zijn gezondheid moet veranderen. Zeker als je leidinggevende bent. Jouw woorden wegen nu eenmaal zwaarder wanneer je ook iemands functioneren beoordeelt. Aandacht voor iemands gezondheid begint wat mij betreft daarom met nieuwsgierigheid, niet met een oordeel. Gewicht op zichzelf is geen werkgedrag. Als gezondheid invloed heeft op functioneren of veiligheid, bespreek dan wat je daadwerkelijk ziet gebeuren.

Tip

Kijk eens naar jullie eigen kantoor. Durven jullie elkaar werkelijk ergens op aan te spreken? En is er tegelijkertijd ruimte voor iemand om te zeggen: dit is van mij, hier hoef jij niets van te vinden? Wanneer is aanspreken betrokkenheid, en wanneer maken we onze persoonlijke norm tot die van een ander?

Gertjan van Delden (g.vandelden@fiscount.nl) werkt als leiderschapsexpert bij leiderschapsbureau Enroute samen met Fiscount.