De resterende ongeveer 1,2% wordt de komende jaren verwerkt in de uitkeringen. Onder de Wtp wordt overigens voor jongere deelnemers risicovoller belegd dan voor oudere deelnemers, waarvan de opbrengsten dus minder schommelen. Conclusie: de uitkeringen liggen al op een substantieel hoger niveau dan het niveau waarop ze zonder de Wtp zouden zijn geweest. De Wtp doet op dit punt tot nu toe wat er verwacht werd en ook pensioenfondsen zijn blij met de manier waarop de regeling werkt. Voor meer info over de rendementen van Nederlandse pensioenfondsen: zie hier de brief van het ministerie van SZW aan de Tweede Kamer van 8 juni 2026.