De resterende ongeveer 1,2% wordt de komende jaren verwerkt in de uitkeringen. Onder de Wtp wordt overigens voor jongere deelnemers risicovoller belegd dan voor oudere deelnemers, waarvan de opbrengsten dus minder schommelen. Conclusie: de uitkeringen liggen al op een substantieel hoger niveau dan het niveau waarop ze zonder de Wtp zouden zijn geweest. De Wtp doet op dit punt tot nu toe wat er verwacht werd en ook pensioenfondsen zijn blij met de manier waarop de regeling werkt. Voor meer info over de rendementen van Nederlandse pensioenfondsen: zie hier de brief van het ministerie van SZW aan de Tweede Kamer van 8 juni 2026.
Pensioenstijgingen na invaren in perspectief
Gepubliceerd op: 1 september 2026
Deze zomer hebben drie grote pensioenfondsen – PFZW, PMT en BpfBouw – gecommuniceerd dat de pensioenen, op basis van de beleggingsresultaten na het tweede kwartaal, volgend jaar ongeveer met 0,5% stijgen. Dat zorgde bij de notoire tegenstanders van het nieuwe pensioenstelsel voor zure reacties, want de inflatie is immers veel hoger. Bij PFZW bijvoorbeeld moet je ten eerste bedenken dat afgelopen 1 januari alle uitkeringen met 12,4% zijn gestegen: de invaarbonus. Ten tweede spreidt het PFZW de verhogingen in drie jaar, dus van het resultaat in 2026 wordt maar een derde deel toegekend per 1 januari 2027.