Verdeling aftrek eigen woning herzien ondanks onherroepelijke aanslagen
Gepubliceerd op: 20 augustus 2026
Een man en een vrouw hebben er in hun IB-aangifte over 2018 voor gekozen om het negatieve inkomen uit de eigen woning te verdelen in de verhouding 26,65% bij de vrouw en 73,35% bij de man. De inspecteur heeft de aangifte gevolgd bij het opleggen van de primitieve aanslag 2018. De man overlijdt in 2019. In 2020 dienen de vrouw en de erven van de man een herziene aangifte 2018 in, waarin zij de verdeling van het negatieve inkomen uit de eigen woning wijzigen en de hoogte ervan naar beneden bijstellen. De inspecteur legt naar aanleiding hiervan navorderingaanslagen op, waarbij hij de oude verdeling aanhoudt. Is dat terecht?
De Hoge Raad oordeelt dat de verdeling van het inkomen uit de eigen woning ook kan worden herzien als de primitieve aanslagen onherroepelijk vaststaan. Fiscale partners kunnen de verdeling van een gemeenschappelijk inkomensbestanddeel wijzigen tot het moment waarop de (navorderings)aanslag van beide partners onherroepelijk vaststaat. Aangezien in deze zaak de navorderingsaanslag nog niet vaststaat, is herziening van de verdeling nog mogelijk.