Een verkeersvlieger behaalt in 2010 zijn vliegbewijs. In 2013 maakt hij samen met een instructeur drie vluchten ter behoud van zijn vliegvaardigheid. Vanaf mei 2015 werkt hij in de luchtvaart. De kosten voor de vluchten in 2013 (ruim € 10.000) trekt de verkeersvlieger af als scholingsuitgaven. De inspecteur weigert de aftrek, omdat de verkeersvlieger niet aannemelijk maakt dat de kosten samenhangen met een leertraject. Ten onrechte, oordeelt Hof Arnhem -Leeuwarden. Er is wel sprake van een leertraject. De vluchten zijn namelijk uitgevoerd en beoordeeld onder gezag van een instructeur.