Een zoon verkrijgt in 1993 bij de verdeling van de nalatenschap van zijn vader een vijfde onverdeeld aandeel in de bloot eigendom van de voormalige echtelijke woning van zijn ouders. Zijn moeder krijgt daarbij het beperkte recht van gebruik en bewoning van de woning toebedeeld. In 1983 is zijn vader overleden die in zijn testament het levenslang vruchtgebruik van de woning aan zijn echtgenote (de moeder) had gelegateerd. De zoon meent daarom dat het vruchtgebruik van zijn moeder is gevestigd krachtens dit testament. Ten onrechte, oordeelt Hof Arnhem-Leeuwarden. De inspecteur heeft terecht het aandeel in de bloot eigendom van de woning belast in box 3.