De Hoge Raad besliste in 2022 al dat er geen rechtsherstel gold voor deze groep niet-bezwaarmakers, en ziet nu geen reden om op deze eerdere beslissing terug te komen. Aan de belanghebbenden in de zaken waarin de Hoge Raad op 25 juni jl. uitspraak heeft gedaan, zijn over de jaren 2017-2020 belastingaanslagen opgelegd. Zij hadden daartegen geen bezwaar gemaakt. Die aanslagen waren daardoor al vóór het Kerstarrest van 24 december 2021 definitief komen vast te staan. Na het Kerstarrest verzochten zij de inspecteur de aanslagen alsnog te verminderen. Ondanks het arrest uit 2022, bleef een groep niet-bezwaarmakers ervan overtuigd dat ook zij recht hadden op vermindering van hun box-3-heffing over de jaren 2017-2020. Om die vraag opnieuw aan te kaarten, zijn in het kader van een massaalbezwaarplusprocedure (let op: deze procedure is speciaal hiervoor ontworpen en moet niet worden verward met de massaalbezwaarprocedure) twee zaken voorgelegd aan de Hoge Raad als proefprocedure.
Nieuwe jurisprudentie
Helaas heeft de Hoge Raad voor deze groep niet-bezwaarmakers de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat het Kerst‑arrest kwalificeert als ‘nieuwe jurisprudentie’ in de zin van artikel 45aa Uitvoeringsregeling IB 2001. Hiervoor geldt dat er geen ambtshalve vermindering wordt verleend, tenzij de minister anders besluit, en dat is hier (helaas) niet gebeurd. Artikel 45aa Uitvoeringsregeling acht de Hoge Raad ook niet in strijd met het discriminatieverbod, artikel 1 EP of het evenredigheidsbeginsel. Individuele financiële omstandigheden kunnen alleen nog een rol spelen als sprake zou zijn van een onredelijk bezwarende bijzondere omstandigheid of een buitensporige individuele last in de zin van artikel 1 EP; daarvan is hier geen sprake.
Het Kerstarrest was de uitkomst van een massaalbezwaarprocedure (over 2017 en 2018). Kort voordat die procedure van start ging, zijn de spelregels daarvoor verscherpt. Met ingang van 2016 is de toegang hiertoe namelijk beperkt tot degenen die zelf tijdig bezwaar hadden gemaakt. Deze wijziging was bij het grote publiek niet bekend en daardoor mede debet aan het feit dat veel belastingplichtigen zelf geen bezwaar hadden gemaakt. Ook dit acht de Hoge Raad geen reden om hun de termijnoverschrijding te vergeven. Voor niet‑bezwaarmakers over 2017‑2020 is er in beginsel dus géén recht op rechtsherstel.
Tip
Bespreek met cliënten altijd expliciet het belang van tijdig (individueel) bezwaar bij fundamentele discussies over wettelijke stelsels. Licht toe dat nieuwe jurisprudentie, zoals het Kerst‑arrest, geen recht geeft op ambtshalve vermindering voor jaren waarin de aanslagen al onherroepelijk vaststonden. Leg bezwaarafwegingen en communicatie hierover goed vast in het dossier, om mogelijke aansprakelijkstelling wegens een beroepsfout te voorkomen.