Vanuit de Wet bpm is de hoofdregel simpel: vóór inschrijving in het kentekenregister moet je per voertuig aangifte doen én betalen (art. 6 Wet bpm). Artikel 8 Wet bpm maakt daarop een uitzondering voor ondernemers die beroepsmatig auto’s importeren en inschrijven. Zij mogen de verschuldigde bpm per tijdvak (maandelijks) voldoen. Daarmee wordt de bpm voor hen een tijdvakbelasting. Tijdvakbelastingen moeten op grond van artikel 19 AWR plaatsvinden binnen één maand na afloop van het tijdvak worden betaald. Is de ondernemer het niet eens met de eigen aangifte? Dan biedt artikel 26, lid 2 AWR uitkomst. De voldoening op aangifte wordt gelijkgesteld aan een voor bezwaar vatbare beschikking. Tegen de betaling op aangifte (bpm of OB) kun je dus bezwaar maken. De bezwaartermijn start op de dag na die van de voldoening (art. 22j, letter b, AWR). Bij girale betaling is dat de dag na bijschrijving op de rekening van de Belastingdienst.
Prematuur bezwaar
De belanghebbende beroept zich onder meer op het arrest van 28 juni 2013 (over naheffing bpm) en op artikel 6:10 Awb (prematuur bezwaar). De Hoge Raad maakt korte metten met de uitleg van dit arrest en oordeelt dat het arrest gaat over de vraag wanneer naheffing mogelijk is. Het gaat níet over de vraag wanneer er sprake is van een ‘voldoening’ waartegen bezwaar openstaat. Voor de bezwaarvraag geldt het gesloten stelsel van rechtsmiddelen in de AWR. De Hoge Raad borduurt voort op het toetsingskader uit eerdere arresten over prematuur bezwaar bij aangiftebelastingen (HR 21 mei 2010, HR 30 januari 2015, HR 9 september 2022). Keek eerdere rechtspraak vooral naar ‘wel of niet betaald’ en de reikwijdte van het bezwaar, de Hoge Raad zet nu een stap verder door de beoordeling expliciet te koppelen aan de betalingstermijn van artikel 19 AWR. De betaling moet binnen de betalingstermijn zijn bijgeschreven, anders bestaat er geen voorwerp van bezwaar. Omdat in deze zaak beide bedragen pas ná de betalingstermijn waren bijgeschreven, hoefde de inspecteur niet te wachten met beslissen totdat misschien later betaald zou worden. De niet‑ontvankelijkheid blijft daarom in stand.
Tip
Wil een bpm-klant bewust níet (tijdig) betalen, wijs hem of haar dan op het alternatief om de discussie te voeren via een naheffingsaanslag – en leg de gevolgen voor rente, boeten en proceskansen helder uit.