uitgaven niet verplicht studiemateriaal geen aftrekbare studiekosten
Gepubliceerd op: 7 juli 2017
Een man claimt in zijn IB-aangifte 2013 een bedrag van € 7.607 als aftrekbare studiekosten, gemaakt door zijn partner. De partner volgde in 2013 een opleiding sociaal juridische dienstverlening aan de Hogeschool InHolland. De inspecteur weigerde deze aftrek voor een bedrag van € 5.592; dit bedrag was besteed aan de losbladige Editie Cremers en Ars Aequi. Rechtbank Den Haag geeft de inspecteur gelijk. Het betreft namelijk geen verplicht studiemateriaal. De rechtbank oordeelde dat de wetgever zich bewust was van de mogelijke discussies over het in aftrek brengen van aftrekposten met een gemengd karakter (hier: de studiekosten) en de uitvoeringsproblemen die daarbij kunnen ontstaan.
Er is gekozen voor een eenvoudig toe te passen aftrekpost. Naar het oordeel van de rechtbank is deze keuze van de wetgever “…niet evident ontbloot van iedere redelijke grond’. Daarom moet deze worden geëerbiedigd. Ook is niet gebleken dat er sprake is van een individuele en buitensporige last voor de man. De rechtbank verwerpt aldus het standpunt van de man dat er sprake zou zijn van strijd met artikel 1 Eerste Protocol bij het EVRM. De man kan volgens de rechtbank ook geen rechtstreeks beroep doen op artikel 13 van het IVESC (Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten). Deze bepaling heeft namelijk geen rechtstreekse werking.