Een vrouw heeft in haar aangifte IB 2014 aftrek voor specifieke zorgkosten geclaimd. Zij heeft uitgaven als hulpmiddelen opgevoerd voor Tena Lady (€ 121) en voor latex handschoenen (€ 1.754). De inspecteur heeft de aftrek van deze uitgaven geweigerd. Rechtbank Breda komt tot een ander oordeel. Mevrouw heeft onweersproken gesteld dat zij last heeft van incontinentie en een rectumprolaps. Het staat voor de rechtbank dan ook vast dat de vrouw de uitgaven voor Tena Lady heeft gedaan in verband met deze aandoeningen. De rechtbank acht dit hulpmiddel verder van een zodanige aard, dat het hoofdzakelijk wordt gebruikt door zieke of invalide personen.
De inspecteur had aangevoerd dat 70% van de oudere dames dergelijke producten gebruikt. De rechtbank oordeelde dat deze (overigens niet onderbouwde) stelling er niet aan af doet dat voldaan wordt aan de vereisten die artikel 6.17 Wet IB 2001 stelt aan uitgaven voor een ander hulpmiddel.
Met betrekking tot de latex handschoenen oordeelde de rechtbank anders. De rechtbank acht weliswaar aannemelijk dat de vrouw de latex handschoenen omwille van medische omstandigheden heeft aangeschaft, maar dit wil nog niet zeggen dat de handschoenen van zodanige aard zijn dat zij – in het algemeen – hoofdzakelijk door zieke of invalide personen worden gebruikt.