bij herinvestering in gemengd gebruikt pand slechts pro rata afboeking hir
Gepubliceerd op: 29 juni 2017
Een BV exploiteert een advocatenpraktijk. Haar enig aandeelhouder en bestuurder werkt als advocaat in een advocatenmaatschap. De BV neemt (binnen haar FE voor de Vpb) deel in deze maatschap, waarin de BV en drie andere maten deelnemen, die allen gelijkgerechtigd zijn. In 2012 behaalt de BV winst bij de verkoop van een pand. De BV verhuurde dit pand op het moment van verkoop geheel aan derden. Er is door de BV geherinvesteerd in een reeds eerder gekocht ander pand, dat verhuurd wordt aan de maatschap. De BV brengt de boekwinst in de HIR en boekt deze HIR vervolgens af op het nieuwe pand. Hof Den Haag oordeelt dat afboeking slechts voor een deel kan plaatsvinden.
Hof Den Haag oordeelt dat het nieuwe, reeds aangeschafte pand op het moment van verkoop van het oude beleggingspand slechts voor 75% als een beleggingspand kan worden aangemerkt. De BV neemt namelijk deel in de maatschap waaraan het nieuwe pand is verhuurd. Hierdoor is voor 25% sprake van eigen gebruik, waardoor voor dat deel geen afboeking van de herinvesteringsreserve mogelijk is. De herinvestering betrof overigens de vervanging van de rottende houten funderingspalen door stalen buizenpalen en een betonnen fundering. Dit kwalificeert volgens het hof als een verbetering. Het hof verwijst hierbij naar een arrest van de Hoge Raad.*)