verhuiskosten ook zakelijk als onderneming niet wordt verplaatst
Gepubliceerd op: 21 juni 2017
Een uitbater van een cafetaria verhuist in 2014 naar een woning die - anders dan zijn oude woning - beschikt over een berging. Daarin kan hij de twee vriezers en een koeling plaatsen die hij gebruikt in het kader van zijn onderneming en die tot dan toe bij zijn ouders stonden. De apparatuur kan niet worden ondergebracht in of bij zijn elders gevestigde onderneming. Hij trekt in zijn IB-aangifte de verhuiskosten niet af van zijn winst, maar verzoekt in de bezwaarfase alsnog om de forfaitaire aftrek van € 7.750 voor de kosten van het overbrengen van zijn inboedel. Terecht, oordeelt Rechtbank Zeeland-West-Brabant. De verhuiskosten zijn zakelijk.
De uitbater maakt de kosten aannemelijk onder overlegging van een huurovereenkomst van een aanhangwagen. De verhuizing was noodzakelijk, omdat hij de apparatuur niet langer bij zijn ouders kon onderbrengen. Dat de uitbater ervoor kiest om de verhuiskosten niet ten laste van zijn winst te brengen, doet niet af aan de zakelijkheid van die kosten. Evenmin is vereist dat de verhuizing is ingegeven door de verplaatsing van de onderneming (meeverhuizen).