Hierna behandelen we puntsgewijs de verschillende aspecten rond de box-3-termijnen.

  1.  Om in aanmerking te komen voor rechtsherstel moet er een rechtsingang zijn. Die is er niet als de definitieve aanslag (DA) was opgelegd voor 12 november 2021 (6 weken voor het Kerstarrest) en er geen tijdig bezwaar is gemaakt.
  2. Dit speelt alleen voor de jaren t/m 2020. Voor de jaren vanaf 2021 is er altijd een rechtsingang. De DA is dan immers nooit vóór 12 nov 2021 opgelegd!
  3. Dan speelt de tweede termijn en dat is de 5-jaarstermijn voor het verzoek om ambtshalve vermindering (AV). Die eindigt voor 2021 op 31 december 2026 en schuift elk belastingjaar een jaar op. Let wel: het is een verzoek dus deze moet op die datum binnen zijn (de verzendtheorie is dus niet van toepassing zoals bij bezwaar).
  4.  Voor al ingediende pro forma-bezwaren en pro forma-verzoeken om AV, waarbij de berekening nog niet was toegevoegd, worden/werden de zogenaamde ‘motiveringsbrieven’ verstuurd. Die kenden een termijn van 12 weken, maar vanaf het begin was toegezegd dat deze termijn op verzoek werd verlengd. Aangezien hier massaal om werd verzocht, is deze termijn eerst eind vorig jaar generiek verlengd tot 1 mei 2026 en nu recentelijk naar 1 oktober 2026. LET OP! De laatste verlenging geldt alleen voor de belastingjaren vanaf 2021. Voor 2017-2020 moe(s)t je alsnog individueel uitstel vragen als de motivering niet voor 1 mei was ingediend.
  5.  Het belang om je te houden aan deze motiveringstermijn is:
    a. voor bezwaarschriften erin gelegen om meer rechten open te houden, zoals het recht op wijziging van de partnerverdeling en eventueel op een verzoek om kostenvergoeding.
    b. voor verzoeken om AV van jaren vóór 2021 erin gelegen om überhaupt je recht op herstel open te houden. Laat je de termijn verlopen zonder te motiveren? Dan wordt het verzoek afgewezen. Voor de jaren vóór 2021 kun je dan niets meer omdat de termijn van 5 jaar al voorbij is. Voor de jaren vanaf 2021 zou je dan nog een tweede verzoek AV kunnen doen door alsnog het OWR-formulier in te dienen binnen 5 jaar na het betreffende jaar.
  6. Als er nu pas een DA wordt ontvangen, kun je nog bezwaar maken. Dat is naar onze mening altijd te adviseren (ervan uitgaande dat het werkelijke rendement lager is), omdat je dan de hiervoor genoemde extra rechten hebt.
  7.  Is er nog helemaal geen DA? Dan is het verstandig ervoor te zorgen dat het OWR-formulier wordt ingediend voordat de DA wordt opgelegd. Dan blijft namelijk het recht op belastingrente over de teruggaaf in stand. Heeft een klant een zogenaamde ‘attenderingsbrief’ ontvangen (meestal met een termijn van 26 weken)? Dan betekent dit dat er binnen die termijn geen DA zal worden opgelegd. Als de OWR dus binnen die 26 weken wordt ingediend, wordt deze gezien als aanvulling op de aangifte en niet als bezwaar of verzoek om AV. Laat je die termijn verlopen, dan wordt de DA opgelegd zonder rekening te houden met het werkelijke rendement. Daardoor klapt het luikje voor de belastingrente dicht. Dan kun je echter wel weer bezwaar maken, dus val je terug op punt 6 en 5a. Wij denken echter dat je in dat geval waarschijnlijk geen aanspraak kunt maken op een kostenvergoeding, omdat je het zelf op bezwaar hebt laten aankomen. Laat je ook de bezwaartermijn verlopen, dan is er ook altijd nog de mogelijkheid van een verzoek om AV tot 5 jaar na einde belastingjaar. Wellicht ten overvloede merken we op dat je dan in elk geval geen recht hebt op:a. belastingrenteb. kostenvergoeding
    c. wijziging partnerverdeling