Boetes moeten altijd passend en geboden zijn. Daarvoor moet sprake zijn van enige mate van verwijtbaarheid bij degene aan wie de boete wordt opgelegd. Kon de belastingplichtige er zelf niets aan doen dat het verzuim optrad? Dan is er geen verwijt te maken en is een boete niet op zijn plaats. Dit is het geval als de schuld echt bij een ander ligt, zoals bijvoorbeeld bij een adviseur die zijn werk niet op tijd doet, of bij de bank die de betaalopdracht te lang laat liggen en te laat uitvoert. De belastingplichtige moet dat wel aantonen. Dat lukt vaak niet goed, zoals ook bij de belanghebbende in de zaak voor Rechtbank Noord-Nederland van 2 april 2026.

Te traag gehandeld
Deze belanghebbende kwam met haar bv in zwaar weer terecht en had te maken met een adviseur die zijn afspraken niet nakwam en zijn werk niet goed deed. Na opzegging van de opdracht door de adviseur heeft belanghebbende uiteindelijk zelf de aangiften ingediend, maar toen was het al te laat. De rechtbank oordeelt dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij alle in de gegeven omstandigheden van haar te vergen zorg heeft betracht. Zij heeft wel actie ondernomen, maar de adviseur onvoldoende aangespoord. Ook had ze geen contact gezocht met de Belastingdienst toen de adviseur uitviel, dus is er geen sprake van avas.

 Tip
Een beroep op avas kan alleen slagen als aannemelijk is dat alle in redelijkheid te vergen zorg is betracht om het verzuim te voorkomen. Wanneer jij als adviseur het verzuim – en daarmee de boete – hebt veroorzaakt voor je cliënt, kun je je cliënt helpen door dat ruiterlijk te erkennen, waarmee de boete met succes kan worden bestreden.