Allereerst nog even de schadeposten op een rij:

  • Loonschade: de werkgever betaalde de werknemer in het derde jaar (tot de WIA-toekenning) 70% van zijn oude loon door boven het maximale dagloon. Volgens artikel 25 WIA geldt tijdens een loonsanctie niet meer dan 70% van het maximale dagloon. Noch uit de cao noch uit zijn arbeidsovereenkomst blijkt dat zijn werkgever meer loon moest betalen. De WIA-uitkering bedraagt ook 70% van het maximale dagloon. De rechter vindt hiermee de loonschade gecompenseerd.
  • Niet genoten vakantie- en ATV-dagen: nergens staat dat de werkgever niet genoten ATV-dagen moet uitbetalen. Verder heeft hij 25 vakantiedagen en is het niet aannemelijk dat hij geen vakantie zou opnemen. Daarmee vervalt ook deze claim.
  • Gemist gebruik van telefoon, internet, laptop en een lease-auto die de werkgever de werknemer een periode liet gebruiken gedurende het derde loonjaar. Ook dit kent de rechter niet toe. Er staat namelijk nergens op schrift dat de werkgever deze verplichting zou hebben tijdens een derde loonjaar. Zelfs een in die periode verstrekte nieuwe brandstofpas helpt de werknemer hier niet.

Wel pensioenschade
De Centrale Raad van Beroep onderkent wél de pensioenschade. Die gaat verder dan alleen de misgelopen werkgeversbijdrage in de pensioenpremie volgens deze berekening: de misgelopen werkgeverspremie minus de franchise = de pensioengrondslag. De pensioengrondslag (€ 25.652) wordt zowel vermenigvuldigd met het aantal te verwachten levensjaren na pensionering (13,7 jaar) als met de jaarlijks gegarandeerde pensioenopbouw van 1,875%. De uitkomst wordt de uiteindelijke toekomstige schadevergoeding. Volgens artikel 6:105 BW komt namelijk ook toekomstige schade in aanmerking na vergelijking van alle kansen.

Heb je vragen over werknemersverzekeringen, ziekte of arbeidsongeschiktheid? Neem dan contact op met mr. Joyce B.E. Paashuis via j.paashuis@fiscount.nl.