Hof Amsterdam volgt het oordeel van de rechtbank. Die heeft namelijk op de juiste gronden vastgesteld dat de heffingsambtenaar de WOZ-waarde niet te hoog heeft vastgesteld. De heffingsambtenaar heeft onder meer een taxatierapport ingebracht, waarin de waarde van het object wordt getaxeerd op € 1.269.853,55. Daarin staan gegevens over huursommen en verkoopprijzen van referentieobjecten die zijn verkocht of verhuurd rond de waardepeildatum.
Het hof stelt een groot verschil vast tussen de vastgestelde WOZ-waarde en de waarde die gebaseerd is op marktgegevens van de man. Aan de hand van de gegevens van de man komt de heffingsambtenaar op een kapitalisatiefactor van 14,3 en een gemiddelde huursom per m2 per jaar voor de primaire ruimten van ruim € 368. Deze kapitalisatiefactor en huur liggen ruim boven de kapitalisatiefactor en huur van 10,7 respectievelijk € 325 die hij hanteerde bij de vaststelling van de WOZ-waarde. De vastgestelde WOZ-waarde is ruim € 730.000 lager dan de waarde die is bepaald aan de hand van de kapitalisatiefactor en van de marktgegevens afgeleide verhuur. Hiermee is de vastgestelde WOZ-waarde van het winkelpand dus niet te hoog vastgesteld.