Een moeder-bv en dochter-bv vormen een fiscale eenheid (FE). Na liquidatie van de moeder-bv eindigt de FE en wordt de dochter-bv ontvoegd. De inspecteur wordt verzocht om de aan de dochter-bv toerekenbare verliezen van de FE te mogen verrekenen met de door haar na haar ontvoeging genoten belastbare winst. Dit verzoek wordt gedaan bij de aangifte van de moeder-bv over het laatste jaar waarin de dochter-bv nog deel uitmaakt van de FE. De inspecteur wijst het per abuis niet tijdig gedane verzoek af. In de mededeling wordt met toepassing van de hardheidsclausule goedgekeurd dat in deze situatie tóch verliesverrekening mogelijk is, ondanks het te laat ingediende verzoek daartoe.