Een man en een vrouw zijn gehuwd in gemeenschap van goederen. Zij bezitten ieder 50% van de aandelen in een BV, waarbij de vrouw in loondienst werkt en waaruit de man een pensioen geniet. De vrouw overlijdt in 2012. Daardoor vallen haar pensioen- en lijfrenteverplichting in de BV vrij en stijgen de aandelen in waarde. De inspecteur betrekt de waardestijging van het krachtens huwelijksvermogensrecht aan de man toekomende aanmerkelijk belang (ab) van 50% van de aandelen als fictieve verkrijging (artikel 13a SW) in de erfbelasting. De BOR is hierop volgens hem niet van toepassing. Dat is juist, oordeelt Hof Den Bosch. Het ab heeft namelijk in fiscale zin niet behoord tot het vermogen van de vrouw.