woonboerderij verplicht privévermogen: zakelijk gebruik minder dan 10%
Gepubliceerd op: 30 maart 2017
Een man drijft een onderneming. Hij heeft een samenlevingscontract gesloten met zijn partner. Samen kopen zij een woonboerderij die de man geheel tot zijn ondernemingsvermogen rekent. De inspecteur meent dat de man maar de helft van de boerderij in aanmerking kan nemen en dat de woonboerderij geheel als verplicht privévermogen moet worden geëtiketteerd. Terecht, oordeelt Hof Den Bosch. De woonboerderij wordt voor minder dan 10% zakelijk gebruikt. De man kan de woonboerderij dan niet tot zijn ondernemingsvermogen rekenen.
het hof komt door dit oordeel niet toe aan de behandeling van het beroep van de man op het non-discriminatiebeginsel. hij stelt namelijk dat een in gemeenschap van goederen gehuwde (of geregistreerde) ondernemer de gezamenlijk met zijn partner aangeschafte vermogensbestanddelen die hij in zijn onderneming gebruikt, wel volledig mag rekenen tot zijn ondernemingsvermogen. rechtbank zeeland-west-brabant oordeelde dat het niet in strijd is met het non-discriminatiebeginsel dat een samenwonende ondernemer die met zijn partner een pand koopt, alleen zijn eigen deel van het pand fiscaal in aanmerking mag nemen.