Een jurist is in loondienst bij een technisch bedrijf. Hij verricht daar licht administratief werk en geeft interne cursussen voor het bedienen van machines. Sinds eind 2006 heeft hij ook een eenmanszaak, waarin tussen 2007 en 2011 geen omzet en kosten zijn aangegeven. Dat geldt in 2013 en 2014 ook voor de BV die de jurist op 28 januari 2013 heeft opgericht. In 2011 volgt hij postacademische cursussen op het gebied van het contractenrecht. Hij trekt de totale kosten van € 13.764 af. De inspecteur staat aanvankelijk aftrek toe van alleen de cursuskosten ad € 6.051, maar komt daar in de beroepsfase op terug. Terecht, oordeelt Hof Den Bosch. De kosten zijn geen scholingsuitgaven.
de geclaimde kosten zijn scholingsuitgaven als de jurist aannemelijk kan maken dat hij de cursussen volgde om daarmee inkomen te verwerven in box 1. hierbij is van belang dat – na voltooiing van de cursussen – de verwezenlijking van dit doel ook redelijk te verwachten is. aangezien de jurist nog nooit als zodanig werkzaam is geweest en hij ook nog nooit enige inkomsten uit juridische werkzaamheden heeft gegenereerd, slaagt hij daar niet in.