Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat de man niet aannemelijk maakt dat zijn ex-echtgenote een civielrechtelijke aanspraak heeft op partneralimentatie. Aan dit oordeel liggen de volgende feiten en omstandigheden ten grondslag:

  • het nihilbeding partneralimentatie in het echtscheidingsconvenant;
  • een door een echtscheidingsfiscalist voorgestelde wijziging in de tekst van het echtscheidingsconvenant die erop duidt dat de vrouw geen partneralimentatie heeft;
  • de man toont niet aan dat hij de afkoopsom heeft betaald; en
  • dat er een causaal verband bestaat tussen de overname van de schuld van € 43.000 en de overbedeling van € 50.000 enerzijds en het afzien van alimentatie anderzijds.

De inspecteur heeft terecht de aftrek uitgaven voor onderhoudsverplichtingen in 2020 en de aftrek van het restant pga in 2021 geweigerd.