Geen afwaardering pand naar later verlaagde verkoopwaarde
Gepubliceerd op: 2 april 2026
Een holding-bv vormt met enkele dochter-bv’s een fiscale eenheid (FE) voor de Vpb. Een van de dochter-bv’s verhuurt een pand (fiscale waarde eind 2018: € 3,6 miljoen) aan een andere dochter-bv binnen de FE, die daarin een wellnesscentrum exploiteert. Deze bv wordt medio 2019 failliet verklaard, waarna het pand in oktober 2019 wordt verkocht voor € 2,9 miljoen. In maart 2020 wordt de koopprijs verlaagd naar € 2,5 miljoen ‘vanwege gewijzigde omstandigheden ten aanzien van de ontwikkelingsmogelijkheden van het pand’. De holding bv meent dat het pand in 2019 mag worden afgewaardeerd naar € 2,5 miljoen. Wat oordeelt Rechtbank Gelderland?
De inspecteur staat afwaardering slechts toe naar een waarde van € 2,9 miljoen. Rechtbank Gelderland gaat hierin mee. De holding-bv maakt namelijk niet aannemelijk dat op de balansdatum al feiten en omstandigheden bekend waren die de afwaardering van het pand naar de verlaagde verkoopprijs van € 2,5 miljoen rechtvaardigen.