HR: herverdeling box-3-grondslag na collectieve uitspraak
Gepubliceerd op: 2 april 2026
Een man had bezwaar gemaakt tegen de box-3-heffing in 2017. Dit bezwaar liep mee in de massaalbezwaarprocedure, waarop in februari 2022 collectief uitspraak is gedaan. De man kreeg rechtsherstel op basis van het Kerstarrest. Dat rechtsherstel is berekend op basis van de oude verdeling van de box-3-grondslag tussen de man en zijn fiscale partner. Zij verzoeken om herverdeling van de box-3-grondslag, maar de inspecteur wijst dit verzoek af. Rechtbank Den Haag moet beslissen of dit kan na een collectieve uitspraak, waardoor de aanslag immers onherroepelijk vaststaat. De rechtbank heeft daarom prejudiciële vragen gesteld aan de Hoge Raad. Die zijn onlangs beantwoord.
De Hoge Raad beantwoordt de prejudiciële vragen als volgt. ‘Een belastingplichtige van wie een aanslag in de IB/PVV onherroepelijk komt vast te staan door een collectieve uitspraak op bezwaar, terwijl de inspecteur met betrekking tot de aangewezen rechtsvraag geheel of gedeeltelijk in het ongelijk is gesteld, kan de tot stand gekomen onderlinge verhouding tezamen met diens fiscale partner op de voet van artikel 2.17, lid 4 Wet IB 2001 wijzigen tot zes weken nadat die aanslag door de inspecteur ter uitwerking van die collectieve uitspraak is verminderd’.