Woonkamer geen zelfstandige werkruimte – huur niet aftrekbaar
Gepubliceerd op: 19 februari 2026
Een onderneemster huurt in 2020 in privé een appartement voor € 700 per maand. Het appartement beschikt over één toilet en één badkamer. De ruimtes in het appartement zijn, met uitzondering van de open keuken, van elkaar afgescheiden door middel van binnendeuren. Tijdens de coronalockdown gebruikt de onderneemster haar woonkamer om podcasts en instructievideo’s te maken voor digitale lessen in zumba, yoga, barre en pilates. Daarnaast verzorgt ze er Indonesische kookworkshops. Zij brengt een deel van de huurkosten (€ 5.400) ten laste van haar winst. De inspecteur corrigeert de aftrek van de huurkosten. Is dat terecht?
Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de woonkamer van de onderneemster geen naar verkeersopvatting zelfstandig gedeelte van de woning is. Deze ruimte heeft namelijk geen eigen sanitaire voorzieningen. De woonkamer voldoet hierdoor niet aan de vereiste zelfstandigheid (artikel 3.16 Wet IB 2001) om als werkruimte te kwalificeren. De huurkosten zijn daarom niet aftrekbaar van de winst. De coronacrisis wijzigt de relevante verkeersopvattingen niet. Dat in die periode veel werd thuisgewerkt, betekent niet dat minder belang toekomt aan de uiterlijke kenmerken, waaraan een ruimte moet voldoen om te kwalificeren als werkruimte. De inspecteur heeft de huurkosten terecht gecorrigeerd.