Een fiscale eenheid (FE) voor de btw verkeert eind 2020 in zwaar weer. Zij maakt daarom afspraken met haar crediteuren over de betaling van de openstaande facturen. Een deel van de crediteuren is akkoord gegaan met een betaling van 20% van elke openstaande vordering. Met enkele andere crediteuren zijn aanvullende afspraken gemaakt. De FE heeft alle btw op de facturen afgetrokken. De inspecteur legt een naheffingsaanslag btw op, omdat de FE door de afspraken een deel van de facturen niet hoeft te betalen. De FE meent echter dat er sprake is van finale kwijting. Dit houdt volgens haar in dat zij de facturen volledig heeft betaald. Wie krijgt gelijk?
Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de FE niet aannemelijk maakt dat er sprake is van een finale kwijting. De naheffingsaanslag is terecht opgelegd. Toch wordt de aanslag verminderd, aangezien de inspecteur tijdens de beroepsprocedure zijn standpunt heeft gewijzigd en heeft aangegeven dat de aanslag moet worden verminderd. Ook wordt de verzuimboete vernietigd. Volgens de rechtbank heeft de FE namelijk een pleitbaar standpunt. Gelet op de door de FE aangehaalde rechtspraak is het niet duidelijk welke rechtskundige kwalificatie moet worden toegekend aan de afspraken met de crediteuren en de gevolgen daarvan voor artikel 29 Wet OB.