het uitsluiten van een biologisch, niet juridisch erkend kind van de lage tariefgroep i en de kindvrijstelling in de successiewet is in strijd met het europees verdrag tot bescherming van de mens (evrm). dit heeft de hoge raad geoordeeld op 24 september 2024. de hoge raad bood belanghebbende desondanks geen rechtsherstel, maar liet het herstel over aan de wetgever. de successiewet wordt echter pas met ingang van 1 januari 2026 aangepast. de staatssecretaris keurt met toepassing van de hardheidclausule daarom nu al goed dat biologische, niet juridische kinderen ook recht hebben op het lage tarief en de kindvrijstelling. dit blijkt uit deze
mededeling van 20 juni jl.