geen samenloopvrijstelling bij ontbreken bewijs bouwterrein
Gepubliceerd op: 19 mei 2025
een bv verkrijgt eind december 2020 aandelen in een onroerendezaakrechtspersoon. tot het vermogen van deze bv behoren percelen grond, waarvan er één braak ligt. voorafgaand aan de koop heeft de bv een verzoek om vooroverleg ingediend. daaruit volgt dat de inspecteur meent dat de levering van het braakliggend perceel vrijgesteld is van btw, omdat er geen sprake is van een bouwterrein. de bv heeft bij de ovb-aangifte een beroep gedaan op de samenloopvrijstelling. de inspecteur stelt dat de bv niet aannemelijk maakt dat de grond bestemd is voor bebouwing en legt een ovb-naheffingsaanslag op. is dat terecht?
rechtbank zeeland-west-brabant oordeelt dat de samenloopvrijstelling niet van toepassing is. de bv moet aan de hand van objectieve gegevens aannemelijk maken dat zij de intentie heeft om de grond te gaan bebouwen. de door de bv overgelegde gegevens maken dit onvoldoende aannemelijk. deze gegevens betreffen namelijk bouwplannen van vóór de leveringsdatum die niet zijn doorgegaan en bouwplannen die pas 3 jaar na de levering zijn uitgevoerd. de ovb-naheffingsaanslag blijft in stand. de boete wordt verminderd vanwege overschrijding van de redelijke termijn.