een bv exploiteert een boekhandel. een van haar verkoopartikelen is een gebonden inspiratieboek met voorgedrukte teksten die de lezer moeten inspireren tot het schrijven van hieraan gerelateerde stukjes. de bv past op de levering van deze boeken het verlaagde btw-tarief toe. de inspecteur vindt echter dat de boeken in hun uiterlijke verschijningsvorm meer lijken op een (kantoor)agenda dan op een boek. ook stelt hij dat een modale consument het boek eerder zal aanmerken als een dagboek of notitieboek. de inspecteur meent daarom dat het algemene btw-tarief op de levering van de boeken van toepassing is. wie krijgt gelijk?
rechtbank noord-holland oordeelt dat de boeken naar hun uiterlijke verschijningsvorm en inhoud kwalificeren als boek in de zin van post a30 van tabel i wet ob. de voorgedrukte teksten, spreuken, verhaaltjes, vragen en opdrachten zijn namelijk op zichzelf al lezenswaardig en inspireren tot het schrijven van stukjes die direct verband houden met die teksten. de voorgedrukte teksten zijn daarmee van niet-verwaarloosbare betekenis. de door de gebruiker geschreven teksten zijn hier ondergeschikt aan. de bv heeft terecht het 9%-tarief toegepast op de leveringen van de inspiratieboeken.