bij dga gestalde liquiditeiten bv vormen schulden voor excessieflenenregeling
Gepubliceerd op: 6 maart 2025
een bv heeft liquiditeiten. om gebruik te maken van het depositogarantiestelsel stalt zij deze liquiditeiten op diverse rekeningen van haar dga bij verschillende banken. de dga stelt dat hij slechts de juridische eigendom van de liquiditeiten heeft en dat de bv de economische eigendom daarvan heeft. de kennisgroep aanmerkelijk belang neemt het standpunt in dat de gestalde liquiditeiten moeten worden aangemerkt als schuld, die meetelt voor de excessieflenenregeling. op grond van deze regeling vallen onder ‘schulden’ alle civielrechtelijke schuldverhoudingen en verplichtingen. het schuldbegrip is dus een ruim begrip.
de gestalde liquiditeiten vallen onder deze ruime werkingssfeer. in het onderhavige geval zijn de liquiditeiten daadwerkelijk gestort op de bankrekeningen van de dga. aangezien er geen sprake is van loon of van een dividenduitkering, is er sprake van een civielrechtelijke schuldverhouding of verplichting van de dga aan zijn bv. deze schuld dan wel verplichting valt daarmee onder de reikwijdte van de excessieflenenregeling (artikel 4.13, eerste lid, onderdeel f wet ib 2001). dat de bv de economische eigendom van de liquiditeiten heeft voorbehouden, maakt dit niet anders. de wet voorziet niet in een dergelijke uitzondering op het schuldenbegrip bij het bepalen van het bovenmatige deel van de schulden.