recht op hogere aftrek verbouwingskosten monumentenpand niet aannemelijk
Gepubliceerd op: 27 februari 2025
een echtpaar is eigenaar van een rijksmonumentenpand. zij laten het in 2016 verbouwen. de man voert in zijn ib-aangifte 2016 € 50.139 aftrekbare onderhoudskosten op, waarvan hij € 36.139 aan hemzelf toerekent en € 14.000 aan zijn echtgenote. de inspecteur accepteert slechts € € 12.333 als onderhoudskosten, waarvan 80% aftrekbaar is. vervolgens rekent hij 72% van het aftrekbare bedrag toe aan de man. de inspecteur onderbouwt zijn berekening met een taxatierapport van een erkend nrvt-taxateur. de berekeningen van de man zijn gebaseerd op zijn eigen inschattingen. wie trekt er aan het langste eind?
hof den bosch moet beoordelen of er sprake is van onderhoudskosten of van verbeteringskosten. laatstgenoemde kosten komen immers niet voor aftrek in aanmerking. het hof oordeelt dat de man niet aannemelijk maakt dat meer onderhoudskosten in aanmerking moeten worden genomen. zijn berekeningen zijn gebaseerd op schattingen, zonder deze nader te onderbouwen. de inspecteur slaagt wel in zijn motivering van de in aftrek toegestane onderhoudskosten door het overgelegde taxatierapport.