door groot verlies op beleggingen geen box-3-heffing
Gepubliceerd op: 18 december 2024
het box-3-vermogen van een man en een vrouw bestaat op 1 januari 2020 uit bank- en spaartegoeden , onroerende zaken, vorderingen en een effectenportefeuille van ruim € 2 miljoen. de inkomsten uit dit vermogen bestaan uit rente, dividenden, huuropbrengsten en waardemutaties van de vermogensbestanddelen. de waarde van de effectenportefeuille is in 2020 afgenomen met € 481.355. de inspecteur heeft de box-3-grondslag vastgesteld zonder rekening te houden met de waardemutaties. ten onrechte, oordeelt rechtbank noord-holland, dit onder verwijzing naar de 6-juni-arresten van de hoge raad.
de rechtbank stelt vast dat de hoge raad in de 6-juni-arresten heeft bepaald dat de belastingheffing op basis van het werkelijke rendement noodzakelijk is om schending van artikel 1 ep bij het evrm en artikel 14 evrm te voorkomen. tot het werkelijke rendement behoren ook ongerealiseerde waardeveranderingen van het vermogen. daardoor is het werkelijke rendement van het vermogen van de man en de vrouw over 2020 negatief. het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen moet daarom worden vastgesteld op nihil.