certificering aandelen leidt niet alsnog tot step-up
Gepubliceerd op: 6 juni 2024
een man emigreert in 1991 naar belgië. eind 1994 koopt hij 50% van de aandelen in een nederlandse bv voor € 9.075. in 2003 remigreert hij naar nederland. de aandelen zijn dan € 611.640 waard. de belgische fiscus heft niet over de waardeaangroei. er ontstaat een geschil over de verkrijgingsprijs van de aandelen na remigratie. de hoge raad oordeelt in 2017 dat de verkrijgingsprijs € 9.075 bedraagt en weigert een step-up. in 2018 worden de aandelen gecertificeerd, waarna de man de certificaten verkoopt aan zijn dochters en kleinkinderen. hij gaat bij de berekening van het vervreemdingsvoordeel uit van een verkrijgingsprijs van € 611.640. de inspecteur gaat uit van € 9.075.
ook nu trekt de man aan het kortste eind. rechtbank den haag oordeelt dat bij de berekening van het vervreemdingsvoordeel de waardeaangroei boven € 9.025 is belast. het verdrag nederland-belgië beperkt dit heffingsrecht niet. tijdens het verblijf van de man in belgië hebben zich geen belastbare feiten voorgedaan. daarnaast is de man sinds zijn remigratie in 2003 binnenlands belastingplichtig. er is dus geen sprake van een grensoverschrijdend element. ook nu heeft de man dus geen recht op een step-up van de verkrijgingsprijs. tot slot oordeelt de rechtbank dat er bovendien geen sprake is van dubbele heffing of van schending van het evenredigheidsbeginsel.