geen deelnemingsvrijstelling voor schadevergoeding wegens concurrerende activiteiten
Gepubliceerd op: 30 mei 2024
een bv heeft een belang in een deelneming gekocht. de bestuurder van de verkopende bv ontplooit na de verkoop concurrerende activiteiten. dit is in strijd met de afspraken. hij wordt daarop aangesproken, waarna in een vaststellingsovereenkomst wordt afgesproken dat de bv € 180.000 van de aankoopsom voor de aandelen niet hoeft te betalen. de bv meent dat deze schadevergoeding onder de deelnemingsvrijstelling valt. rechtbank zeeland-west-brabant oordeelt dat de deelnemingsvrijstelling niet van toepassing is. er is namelijk een te ver verwijderd verband tussen de schadevergoeding en de aankoop van de aandelen van de deelneming.
de rechtbank baseert haar oordeel op een uitspraak van de hoge raad uit 2016, waaruit volgt dat een causaal verband in dit geval niet vaststaat. uit de uitspraak van de hoge raad volgt namelijk dat niet in álle gevallen waarin een schadevergoeding is betaald wegens schending van een beding in de koopovereenkomst, is voldaan aan het causaliteitsvereiste. de zaak bij de hoge raad betrof een schadevergoeding wegens het afbreken van onderhandelingen, waardoor de verkoop van aandelen niet doorging. daarvan is in de onderhavige zaak geen sprake. verder is van belang dat de schadevergoeding is betaald voor gebeurtenissen die zich voordeden na de verkoop van de aandelen.