(studie)urenregistratie onvoldoende om te voldoen aan urencriterium
Gepubliceerd op: 15 februari 2024
een zelfstandig juriste volgt de master rechtsgeleerdheid, waarvoor zij in 2018 haar scriptie schrijft. in haar ib-aangifte over 2018 geeft zij aan 1.399 uren aan haar onderneming te hebben besteed en claimt zij de zelfstandigenaftrek. de juriste onderbouwt deze uren met een urenoverzicht en een agenda, waarin per dag de uren staan vermeld die zij heeft besteed aan haar onderneming en aan haar scriptie. toch oordeelt hof amsterdam dat de urenregistratie niet voldoende specifiek en controleerbaar is om te voldoen aan het urencriterium. de bestede uren aan haar scriptie zouden hiervoor wel kunnen meetellen, mits aannemelijk is dat zij daarmee haar kennis op peil houdt.
het is niet meer relevant of de juriste aannemelijk zou kunnen maken dat de masterstudie het op peil houden van kennis betreft (telt mee voor het urencriterium) en niet een uitbreiding van haar kennis (telt niet mee voor het urencriterium) is. ook als deze uren meetellen, is haar urenregistratie over de tijdsbesteding aan haar onderneming niet specifiek genoeg om te voldoen aan de voorwaarden voor toepassing van de zelfstandigenaftrek. het hof stelt bovendien vast dat zij weinig directe uren heeft. dat maakt het belang om de indirecte uren goed te onderbouwen alleen maar groter.
tip
adviseer je klant om regelmatig een heldere urenspecificatie bij te houden van de werkzaamheden voor zijn of haar onderneming.