geen aftrek afwaardering tbs-vordering – heffingsrecht komt toe aan belgië
Gepubliceerd op: 9 november 2023
een dga woont in belgië en verstrekt een lening aan haar nederlandse bv. zij geeft jaarlijks de rente van deze lening aan in haar ib-aangifte als tbs-resultaat. vanaf 2011 waardeert de dga de lening af ten laste van het row. tot 2014 volgt de inspecteur de ingediende ib-aangiften, maar vanaf 2015 stelt hij de voorwaarde dat er niet verder mag worden afgewaardeerd dan tot aan de ontvangen rente. dit in verband met de gerezen twijfel over de zakelijkheid van de lening. de dga waardeert de lening in 2016 desondanks af tot een hoger bedrag dan de ontvangen rente. de inspecteur weigert de hogere aftrek als tbs-resultaat. is dat terecht?
hof den bosch oordeelt dat de afwaardering van de tbs-vordering niet ten laste van het tbs-resultaat kan worden gebracht. het heffingsrecht over de waardemutaties van tbs-vorderingen komt namelijk toe aan belgië, omdat de tbs-vordering is ontstaan nadat de dga in belgië is gaan wonen. de heffing daarover is in het belastingverdrag tussen nederland en belgië aan belgië toegewezen. hierdoor komt het hof niet toe aan de beoordeling van de zakelijkheid van de lening.