verwijzingshof moet alle stellingen toetsen – subsidiaire standpunt niet ingetrokken
Gepubliceerd op: 5 oktober 2023
een financieel adviseur beschikt over een var-wuo. toch merkt de inspecteur de voordelen alsnog aan als resultaat uit overige werkzaamheden (row). de adviseur stelt voor de rechtbank primair dat er sprake is van winst uit onderneming en subsidiair dat met de var-verklaring het vertrouwen is gewekt dat daarvan sprake is. de rechtbank volgt het primaire standpunt van de adviseur, waardoor het beroep op het vertrouwensbeginsel onbehandeld blijft. de inspecteur gaat in hoger beroep. in zijn verweerschrift herhaalt de adviseur niet zijn beroep op het vertrouwensbeginsel. het hof volgt de inspecteur. wat oordeelt de hoge raad?
de hoge raad oordeelt dat het hof het subsidiaire beroep op het vertrouwensbeginsel alsnog in behandeling had moeten nemen, nu zij het primaire standpunt van de adviseur heeft verworpen. dat zou alleen anders zijn als de adviseur in hoger beroep zijn subsidiaire standpunt uitdrukkelijk en ondubbelzinnig had ingetrokken. dat is niet gebeurd. dat de adviseur zijn beroep op het vertrouwensbeginsel in hoger beroep niet heeft herhaald, maakt dit niet anders. dat geldt ook voor de tijdens de zitting afgelegde verklaring van de adviseur dat het geschilpunt beperkt is tot de vraag of er sprake is van row of wuo.