een man en zijn partner wonen in het buitenland. op 24 augustus 2018 remigreren zij naar nederland en betrekken zij een woning die zij in nederland bezitten. de man geeft in zijn ib-aangifte 2018 de woning aan als box-1-bestanddeel én als box-3-bestanddeel. de inspecteur legt een aanslag op conform deze aangifte. de man maakt hiertegen bezwaar, omdat hij meent dat de woning over de periode 24 augustus – 31 december 2018 niet ook tot box 3 gerekend kan worden. de woning is dan immers een box-1-bestanddeel. rechtbank zeeland-west-brabant oordeelt dat de woning in die periode ook tot het box-3-vermogen moet worden gerekend.
de woning behoort op 1 januari 2018 tot het box-3-vermogen. de wetgever heeft ervoor gekozen om bezittingen te belasten op de peildatum 1 januari van het jaar, zonder rekening te houden met wijzigingen in de loop van het jaar. dat is niet anders bij een woning die in de loop van het jaar een eigen woning in box 1 wordt. dit geldt zowel voor belastingplichtigen die in de loop van het jaar binnenlands belastingplichtig worden als voor belastingplichtigen die het gehele jaar binnenlands belastingplichtig zijn.